U kunt bij het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed terecht voor:
Nog niet zolang geleden was het kiezen van een huwelijkspartner gebonden aan allerlei regeltjes. Jongens moesten het initiatief nemen, het meisje kon alleen maar afwachten. Een huwelijkspartner kiezen die in een andere gemeente woonde, een ander geloof had of uit een ander milieu kwam, was uit den boze. Op verschillende gelegenheden, zoals bruiloften, kermissen, jaarmarkten, ijsbanen en dansles konden huwbare meisjes en jongens elkaar onder toeziend oog ontmoeten. Als de ouders ermee eens waren, kon de verloving gevierd worden. Tot halverwege de negentiende eeuw trouwden de meeste mensen uit zakelijke motieven, daarna nam de romantiek de overhand. Verliefdheid werd een reden om te trouwen.
De huwelijksdag werd met de hele buurt gevierd. De bruid had een mooie zwarte jurk aan en de bruidegom een nieuw pak. De witte bruidsjurk, bruidssluier en bruidsboeket doen op het eind van de negentiende eeuw hun intrede. De trouwring was eerst een onderpand dat de bruidegom zijn bruid gaf bij de trouwbelofte. De bruid droeg de ring aan de ringvinger van de linkerhand, omdat naar men dacht daar de ader naar het hart liep. De bruiloft werd op ongeveer dezelfde manier gevierd als nu met veel eten en drinken, muziek en dans en natuurlijk met het plagen van het bruidspaar.
Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed heeft een nieuwe tentoonstelling over de geschiedenis van het huwelijk gemaakt. De tentoonstelling bestaat uit 15 panelen met tekst en foto's. Meer informatie: 030-2760244.