Lezing IJzersterke volkscultuurprojecten op 19-3-2010 door Ineke Strouken
| Omschrijving | Grootte | Download | |
| ineke strouken 19-3-2010 | 350.9 KB | Download > |
Lezing Grijp uw Kansen! op 5-11-2009 door Ineke Strouken
| Omschrijving | Grootte | Download | |
| ineke strouken 5 november 2009 | 261.3 KB | Download > |
Lezing Ineke Strouken op 9 juli 2009 op het Provinciehuis in Zuid-Holland
Geachte dames en heren,
Volkscultuur is VOOR iedereen!
Zo heb ik mijn praatje van vandaag genoemd. Ik had ook kunnen zeggen: Volkscultuur is VAN iedereen! Ik heb namelijk een vak dat voor iedereen herkenbaar is en waar iedereen specialist in is.
Of ik nu een lezing hou over feesten, eten en drinken, normen en waarden, geloof en bijgeloof of wat dan ook. Of ik nu ook spreek voor studenten, leden van historische kringen, woonwagenbewoners of ambtenaren. Iedereen weet waar ik het over heb en iedereen heeft zijn eigen ervaringen en herinneringen. In het begin heb ik daar erg aan moeten wennen, want bij mijn lezingen willen mensen niet alleen luisteren, maar willen ze vooral vertellen en dat met anderen delen. Ik hoef het alleen in een kader te zetten en in de tijd te plaatsen.
Voor cultuurparticipatie is volkscultuur dan ook een unieke kans. Immers de doelstelling van het Fonds voor Cultuurparticipatie is om iedereen op den duur met een of andere vorm van cultuur of kunst in aanraking te brengen. Dan ben je bij volkscultuur aan het goede adres. Immers: iedereen komt al met volkscultuur in aanraking. Je zou dus zeggen: met volkscultuur is de doelstelling van het Fonds voor Cultuurparticipatie verwezenlijkt!
Maar zo gemakkelijk gaat het natuurlijk niet. Dat volkscultuur van en voor iedereen is, maakt het voor beleidsmakers juist erg lastig. Immers bij beleid maken, wil je een strategie ontwikkelen en keuzes maken. Je kunt toch niet alle volkscultuuruitingen subsidiëren?
Natuurlijk niet! Veel volkscultuur heeft helemaal geen bemoeienis nodig. De beschuit met muisjes bij een geboorte wordt ook wel zonder subsidie gegeten en bij een begrafenis worden toch wel de ballonnen opgelaten.
Toch hoop ik u in deze vijftien minuten een beeld te geven op wat voor manier volkscultuur iets kan betekenen voor een gemeente of regio en om u wat handvatten te geven over hoe je volkscultuur kunt gebruiken om de regionale identiteit zichtbaar te maken.
Allereerst wil ik het begrip volkscultuur verduidelijken en vervolgens zal ik wat praktische voorbeelden geven.
Wat is volkscultuur?
Bij volkscultuur moet je een onderscheid maken tussen volkscultuur en volkscultuurbeoefening.
Wat volkscultuur is kun je moeilijk en makkelijk uitleggen. Het Meertens Instituut heeft een lange definitie, ik hou het bij een hele korte: 'Volkscultuur is de manier waarop mensen hun dagelijks leven vormgeven'.
Het gaat om alledaagse dingen, gewoonten en gebruiken, tradities en rituelen die in het leven van iedereen een rol spelen. Volkscultuur heeft te maken met roots en met identiteit. Het is de culturele bagage die iedereen van thuis uit mee krijgt.
Om het uit te leggen, gebruiken wij vaak als metafoor ‘het rugzakje’.
Iedereen heeft een rugzakje dat hij van thuis uit heeft meegekregen. Daarin zit zijn culturele bagage: de gewoonten en gebruiken, tradities en rituelen, normen en waarden, maar ook herinneringen en ervaringen.
Dat rugzakje laten wij niet dicht, maar wij maken het geschikt voor ons eigen leven: wij halen er wat uit, wij stoppen er wat in en wij veranderen wat aan de dingen die er in zitten. Wij maken er ons eigen unieke rugzakje van. Dat rugzakje blijft niet ons hele leven met dezelfde dingen gevuld. Het groeit met ons mee.
Met de inhoud van dat rugzakje houdt de volkscultuur zich bezig.
Volkscultuur gaat dus over tradities en rituelen van vandaag de dag. Het is niet iets van vroeger, maar juist van nú. Maar om te begrijpen waarom wij de dingen doen zoals wij ze doen, moeten wij kijken naar hun historische ontwikkeling.
Het woord traditie betekent niet voor niets het overhandigen van cultuur van de ene generatie aan de volgende generatie. Het zijn gewoonten en gebruiken die wij meestal onbewust van onze ouders en voorouders hebben overgenomen, om ze vervolgens aan te passen aan onze tijd en aan ons leven.
Volkscultuurbeoefening
Volkscultuur speelt dus onbewust een rol in ieders leven. Maar zijn er ook mensen die méér met volkscultuur doen, de beoefenaars.
Wij onderscheiden daarin grofweg twee verschillende categorieën:
- reflectief
de onderzoekers die onderzoek doen naar bijvoorbeeld de rituelen bij rouw en begrafenis of de geschiedenis van streekeigen brood en gebak
- actief
de mensen die aspecten van hun roots naspelen of een kunst / ambacht beoefenen vanuit een traditie.
Het zijn juist de volkscultuurbeoefenaars waar u in praktijk mee te maken krijgt. In elke gemeente zijn er wel organisaties en mensen die zich met volkscultuur of tradities bezighouden:
Aan de ene kant heb je het formele circuit
- musea, archieven en historische verenigingen
- levende geschiedenis en folklore groepen, traditionele sporten, volkskunstverenigingen
Aan de andere het informele circuit
- de vroedvrouwen, uitvaartverzorgers, restaurants, kerkgenootschappen, kermissen, scholen, bibliotheken, straatfeesten, shantykoren (kijk maar eens op www.jaarvandetradities.nl)
Hoe kan volkscultuur voor u als gemeente nu iets betekenen?
Een paar voorbeelden:
1. Volkscultuur geeft achtergrond informatie over de groepsculturen die in uw gemeente een plekje hebben. Dat is in onze tijd, in onze samenleving, hele belangrijke kennis.
Ook een gemeente heeft een rugzakje met herinneringen, ervaringen en tradities. En net als bij individuen geldt ook bij gemeenten: ken jezelf en weet wat er in je rugzakje zit.
Vaak kennen gemeenten wel hun officiële geschiedenis (hun canon), maar zijn ze slecht op de hoogte van de volkscultuur. Op bijna geen gemeentelijke website staan de tradities en rituelen die een gemeente kenmerken. En als ze er wel staan zijn het vaak oude traditionele voorbeelden.
Dat geen inzicht hebben in de groepsculturen van de gemeenten breekt vaak op bij problemen.
Op het Nederlands Centrum voor Volkscultuur worden wij regelmatig gevraagd om informatie. Het gaat dan vooral om dingen die niet begrepen worden. Waarom is het zo moeilijk om Marokkaanse ouders te betrekken bij het onderwijs van hun kinderen bijvoorbeeld? Waarom geven moslimmannen een vrouw geen hand? Waarom is de hangcultuur in bepaalde wijken bijna niet uit te roeien?
Als je de achtergronden van die culturele verschillen weet, geeft dat inzicht en begrijp je het ook.
Want een kenmerk van traditie is dat je denkt dat het altijd zo geweest is en dat iedereen het zo doet. Maar zo is het niet. Tradities veranderen met de tijd mee en in andere culturen kan men iets helemaal anders doen en denken. In een multiculturele samenleving is kennis daarover onmisbaar.
2. Volkscultuur verbindt mensen en kweekt begrip.
Het op zoek gaan naar de eigen tradities en het delen met anderen, schept een band.
Een mooi voorbeeld vind ik het initiatief van Stichting Cultuurbehoud Breda. Zij heeft in het kader van het Jaar van de Tradities een groep samengesteld met bruiden uit verschillende culturen: Nederland, Suriname, Indonesië, Turkije, Marokko, Somalië en sinds kort ook iemand uit China en Polen.
Die bruiden zijn op zoek gegaan naar de huwelijksrituelen in hun eigen cultuur. Wat is de rol van de ouders of familie bij het kiezen van een huwelijkspartner, wat draagt de bruid, wat krijgt het bruidspaar voor geschenken, wat wordt er gegeten en gedronken op een bruiloft, welke muziek wordt er gespeeld. Noem maar op.
Voor die informatie raadpleegden ze de oudere mensen. Toen ze die informatie bij elkaar hadden, gingen ze dat naspelen en elkaar vertellen. Momenteel treden ze op voor publiek, ieder in hun eigen bruidsjurk.
Een ander voorbeeld is de nieuwe wijk de Leidsche Rijn in Utrecht. Een heel grote wijk met heel veel mensen. Om de wijk leefbaarder te maken wordt geprobeerd om de wijk een gezicht te geven en om mensen met elkaar te verbinden.
Aan de ene kant gebruikt men de archeologische vondsten om de wijk geschiedenis te geven. Die geschiedenis wordt regelmatig nagespeeld door levende geschiedenis groepen. De gemeente is hier heel actief in. Op die manier krijgt wat in de grond zit betekenis en kunnen mensen zich beter voorstellen dat er 2000 jaar geleden mensen woonden in de Leidsche Rijn.
Een ander project is het verzamelen van de verhalen in de Leidsche Rijn.
De gedachte is: iedereen die hier is komen wonen heeft een verhaal. Als wij die verhalen verzamelen, dan krijgen de mensen die in de Leidsche Rijn wonen ineens een diepere dimensie. Het is geen massa meer, maar er wonen mensen van vlees en bloed.
Ook wordt het vieren van feesten gestimuleerd, want een nieuwe wijk heeft natuurlijk nog geen eigen tradities. Daarom organiseren de wijkbureaus en scholen allerlei feesten: Sinterklaas, Sint Maarten, Sint Jan, Holi, Suikerfeest.
Het voordeel van volkscultuur is dat je het letterlijk naar de mensen toe kunt brengen. Je kunt ze bereiken waar ze zijn: markten, kermissen, supermarkten, kerken, dokters, straat en verzorgingshuizen.
Samen met dat volkscultuur voor iedereen herkenbaar is, maakt het een machtig middel voor cultuurparticipatie.
3. Volkscultuur kan uw gemeente een gezicht geven: soms zelf ook letterlijk.
Elk rugzakje is uniek. In onze tijd zijn wij op zoek naar identiteit. Wij willen weten wie wij zijn, maar wij willen ook iets unieks hebben, iets dat ons onderscheidt van anderen. Dat geldt voor individuen, voor bedrijven, maar ook voor gemeenten, regio’s en provincies.
Als u als gemeente of regio ook op zoek bent naar identiteit, dan is volkscultuur een kans. Voorwaarde is wel dat u als wethouders en ambtenaren dat niet alleen doet, maar de hele bevolking er bij betrekt. (Iemand opdracht geven om een kunstwerk te maken, is kunst en geen volkscultuur.) Want identiteit moet gedragen worden van binnen uit.
Jaar van de Tradities
Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur is begonnen door op landelijk niveau mensen op te roepen hun belangrijke tradities op te sturen. Hieruit zijn de honderd meest genoemde gepubliceerd. U hebt dat misschien wel gelezen, want de Koningin hing nummer 3 Koninginnedag op.
Zeeland en Noord-Brabant zijn gevolgd. Zeeland heeft zijn top tien al bekend gemaakt, Brabant doet dat dit najaar. In een aantal andere plaatsen en provincies is het project in de maak.
Het format ligt al klaar. Het is eigenlijk heel eenvoudig.
- Je begint met een platform bij elkaar te roepen met vertegenwoordigers van organisaties die zich met volkscultuur bezig houden. Zo’n inventarisatie is toch nodig.
- Verder zorg je er voor dat er medewerking komt van de lokale media.
- Er moet iemand komen die oproept, de burgemeester bijvoorbeeld of een andere bekende.
- Verder moet je zoveel mogelijk ambassadeurs zien te verzamelen. Vroedvrouwen, de filiaalhouder van de supermarkt, de marktmeester, kroegbazen, leerkrachten.
- Je zorgt ervoor dat mensen gemakkelijk kunnen insturen: digitaal en schriftelijk. Een grote brievenbus op de markt bijvoorbeeld.
- De ingezonden tradities geven je een heel goed inzicht wat er speelt in de regio of gemeente. Dat alleen al is een reden om dit project te doen.
- Uit die tradities haal je er een paar, die je gaat gebruiken om de identiteit zichtbaar te maken. Het beste is om die selectie niet alleen te maken.
- Dat zichtbaar maken kan vervolgens op allerlei manieren. Als festival, in boekjes of tentoonstellingen, als kunstwerk. Noem maar op.
Een mooi voorbeeld is de trend om letterlijk een gezicht aan een gemeente te geven. Bijvoorbeeld de reuzen van Tilburg, Berkel-Enschot en Udenhout. Bij de gemeentelijke herindeling kwamen deze drie gemeenten bij elkaar.
Om ieder hun eigen identiteit te verbeelden en om toch wat samen te doen hebben de drie voormalige gemeenten ieder een reus gebouwd. Hierbij gingen ze terug op een oudere traditie van reuzen die meegedragen werden in processies, vooral populair in de middeleeuwse Vlaamse en Brabantse steden.
De initiatiefnemers gingen op zoek naar een figuur uit het verleden die symbool kon staan voor de betreffende gemeente. Vervolgens zijn ze de pop gaan bouwen, want een heel karwei is en waar veel mensen bij betrokken zijn.
Toen de reuzen bijna klaar waren, werden ze bij een brand verwoest. Heel Tilburg gaf geld om ze opnieuw op te bouwen.
Dit jaar zijn ze op koninginnedag gedoopt en ook in de burgerlijke stand bijgeschreven. Voortaan zullen zij bij alle festiviteiten en bezoeken acte de presence geven. Op die manier geven ze de stad letterlijk een gezicht.
U ziet het volkscultuur kan op heel veel verschillende manieren een bijdrage leveren aan uw regio of gemeente. Ik hoop dat ik u vandaag een beetje geïnspireerd heb.
Lezing van Ineke Strouken bij de opening Erfgoed Brabant op 3 juni 2009 in Den Bosch
Geachte dames en heren,
Vorige week was ik op een heel mooi kerkhof in Apeldoorn. Ik was er alleen en ik kwam een vrouw van een jaar of tachtig tegen die begon te praten. Ze kwam al 33 jaar elke week naar het graf van haar man. Daar zette ze bloemen neer, maakte het graf (maar ook de graven eromheen) schoon en vertelde haar man hoe het met de kinderen ging en wat ze die week had meegemaakt. Ik had tijd en wij raakten aan de praat. In een half uur gaf ze mij een kijkje in haar leven ongeveer 33 jaar geleden. Hoe het was om met 5 opgroeiende kinderen en een grote boerderij haar man te verliezen. Hoe er in die tijd met kanker werd om gegaan. Kanker benoemde je niet, het was K. Maar ook welke rituelen er bij sterven, begraven en rouwen hoorden.
Iedereen heeft een verhaal
Ik had natuurlijk deze lezing al in mijn hoofd en dacht: zie je wel: iedereen heeft een verhaal. Iedereen kan boeiend vertellen, als er maar naar hem of haar geluisterd wordt. Die verhalen ben ik in mijn jaren als volkskundige (ik kan maar niet wennen aan de nieuwe term Europese etnologie) steeds meer gaan waarderen.
Er zijn heel veel soorten verhalen: sprookjes, sagen, legenden en andere fantasieverhalen. Er zijn verhalen die de identiteit van een plaats moeten bevestigen, zoals het verhaal van Kiste Trui in Mook (over een vrouw die haar leven lang zocht naar een schat die op de Mookerhei begraven zou zijn) of van Kapitein van der Decken (de kapitein van het spookschip De Vliegende Hollander) in Terneuzen, maar die verhalen bedoel ik hier niet.
Ik heb het nu over de alledaagse verhalen die iedereen persoonlijk heeft.
Die persoonlijke verhalen ben ik in mijn loopbaan steeds belangrijker gaan vinden voor de volkscultuurbeoefening. Daar was wel een omslag voor nodig.
Oral History
Als historicus ben ik gespecialiseerd in oral history, begin jaren 80 een nieuwe onderzoeksmethode, die je natuurlijk altijd moet combineren met andere methodieken (zoals archief- en literatuuronderzoek).
Ik was en ben geïnteresseerd in het dagelijks leven van vrouwen (en gewone mensen) en dan kom je niet ver in de officiële archieven. Dus ging ik naar oude mensen om hen te interviewen.
Ik bereidde mij altijd goed voor, was ingelezen, had dikwijls al archiefonderzoek gedaan en had mijn vragen goed op een rijtje gezet. Ik kwam altijd wel te weten wat ik wilde weten en omdat ik alle interviews letterlijk uitwerkte, probeerde ik zo efficiënt mogelijk te interviewen.
De ommekeer kwam op de Brabants Heem dagen in augustus. Het was één van de eerste keren dat ze niet alle dagen gingen fietsen (iedereen werd immers wat ouder), maar dat er ook een rustig programmaonderdeel georganiseerd was. Ik was gevraagd voor een lezing van 3 ½ uur over eten. Er zaten zeker 300 mensen in de zaal.
Ik zal het nooit vergeten. Eén van mijn eerste dia’s was van een varken op de leer. Vanaf dat moment was ik niet meer degene die vertelde, maar degene die luisterde. De mensen in de zaal namen het van mij over. En ik heb tot vandaag de dag verschrikkelijk veel spijt dat ik geen bandrecorder bij me had. Want ik kon niet alles onthouden. Ik wist veel van de slacht en van varkensvlees bereiden. Tenminste dat dacht ik, maar nu kwamen er heel veel nieuwe feiten op tafel.
Driehonderd mensen in een zaal die vertellen is niet niks, maar het was heel inspirerend. Wat de ene vertelde, kon de andere aanvullen en dat bracht weer anderen op een idee.
Wij hebben ruim 3 ½ uur zonder pauze gepraat over dat varken. Hoe van de haren scheerkwasten gemaakt werden (en ook precies hoe je dat dan deed), recepten over het klaarmaken van hersenen en milt (ik wist helemaal niet dat milt gegeten werd), hoe je van de darmen van alles kon maken, de blaas niet te vergeten (maar dat verhaal kennen jullie allemaal). Maar ook het staartje, de hielen, de oren en de kop …. Niets werd weggegooid.
Ook niet de ballen van het varken, als het een mannetje was tenminste. Dat die zo belangrijk waren. Met de ballen konden arme mensen hun watersoep vetkringen geven, waardoor het toch nog een rijke soep leek. Maar ze werden ook gebruikt om het gereedschap in te vetten. Ik zal u maar besparen dat de ballen aan de waslijn bij het schuurtje werden gehangen en hoe ze omzwermd werden door vliegen. Vliegen, stank en mest worden in ons onderzoek (in ieder geval in musea) vaak vergeten.
Niet alleen het varken kwam aan de beurt, maar ook de onderliggende betekenissen en contexten waar je als volkskundige altijd naar op zoek bent. Wat betekende het voor mensen om een varken te kunnen slachten, wat betekende de slachttijd voor een gemeenschap (want net als bij de schoonmaak, hielp iedereen elkaar). Maar ook de rituelen, als het zegenen van het varken voordat het geslacht werd, het geven van een mooi stuk aan de pastoor en de kaantjes die zo lekker smaakten.
Ook de volkskunst kwam aan bod. Want van het varken werd alles gebruikt. Van de botten werden kammen, knopen, kruisbeelden, vlooienvangers, oorkrabbers, schaatsen en eierlepeltjes gemaakt.
In één ochtend had ik veel meer informatie en ervaringen gehoord, dan wat ik in jaren in boeken had kunnen vinden.
Dat was voor mij de omslag. Ineens wist ik het: als onderzoeker moet je je zelf niet op de voorgrond plaatsen. Je moet een stapje opzij zetten. Als je niet interviewt met een vragenlijst en de mensen de ruimte geeft om zelf de lijn van hun verhaal te volgen, dan kom je meer, maar vooral ook andere dingen te weten.
Vanaf die tijd ga ik zonder lijstje op pad …. Of liever gezegd ik stuur mensen zonder lijst op stap, want ik kom helaas nog maar weinig toe aan het echte werk van een historicus.
Het thema is belangrijk, uitweiden mag, als je maar goed luistert en niet met jezelf bezig bent. Dan kom je altijd met een boeiend verhaal thuis.
Want iedereen heeft een verhaal, alle Brabanders hebben een verhaal.
Brieven aan de Toekomst
Iedereen heeft een verhaal. Die visie hebben wij ook in een paar grote projecten in praktijk gebracht: Brieven aan de Toekomst op 15 mei 1998 en FotoMonument in 2000, die nu samen het grote archief van het dagelijks leven rond de millenniumwisseling vormen. Een uniek archief, dat bewaard wordt in het Meertens Instituut en waaraan ook vele Brabanders hebben meegewerkt.
Wij hebben geen vaste vragen gesteld, maar mensen zelf laten bepalen wat ze kwijt wilden.
De enige vraag bij Brieven aan de Toekomst was `schrijf ons (de toekomst) wat u voelt, denkt en doet op 15 mei 1998’ en dat hebben tienduizenden mensen gedaan over de meest uiteenlopende onderwerpen. Over werk, huishouden, kinderen opvoeden, verdriet om kinderen, liefde, eten, angst, ruzie, noem maar op.
Bij FotoMonument was de vraag: ‘maak een fotoverhaal over uw dagelijks leven’. Het ging hier niet om de kwaliteit van de foto’s (iets wat de mee organiserende Stichting Beeldende Kunst maar moeilijk vond), maar om het kijkje wat de fotoserie ons bood in het leven van de maker.
Een serie kiekjes over de laatste dag van een man (gefotografeerd tot zijn sterven toe) is mij bijgebleven of over de ochtendrituelen van een gezin, het werken op kantoor of in de bouw.
Nu denkt u: mooi al deze verhalen, maar waarom is het belangrijk om die te bewaren. Het archief Brieven aan de Toekomst is nog maar ruim tien jaar oud en toch geeft het al een beeld van een tijd die aan het voorbij gaan is. Over 50 of 100 jaar kunnen mensen die geïnteresseerd zijn in de geschiedenis van het dagelijks leven (en het dagelijks leven is dan helemaal anders!), daar de informatie uithalen die anders nooit gedocumenteerd was. Informatie die wij over andere eeuwen moeten missen, of met heel veel moeite en gissen moeten achterhalen. De kleine geschiedenis van de dagelijkse dingen.
Vanuit heel veel invalshoeken kun je het materiaal benaderen: vanuit taal, maar ook om meer te weten te komen over de bewoning van huizen, over omgang tussen ouders en kinderen, over spanning op het werk, over eten en drinken, over vrijetijdsbesteding, over jongerencultuur. De brieven zijn een spiegel van de samenleving van die tijd.
Het geeft zoveel informatie die je anders nooit had geweten, ook niet uit kranten of televisie. Het zijn de verhalen waarmee straks de feiten aangekleed kunnen worden.
De brieven en foto’s geven een kijkje in het (verborgen) leven anno 2000.
Het is oraal erfgoed van onderop: mensen hebben zelf opgeschreven wat zij vonden dat mensen in de toekomst over hen moesten weten.
Het is letterlijk ‘traditie’, het doorgeven van cultuur van de ene generatie naar de andere generatie.
Volkscultuur is voor iedereen herkenbaar
De verzamelingen verhalen zijn voor ons als erfgoedmedewerkers belangrijk, omdat ze ons informatie bieden die wij anders niet hadden gehad.
Maar ook informatie die helpt om een groot publiek te bereiken. Door het alledaagse is volkscultuur voor iedereen te begrijpen. Volkscultuur is heel herkenbaar en maakt dat je er iedereen voor kunt interesseren. Ook mensen die niets van geschiedenis moeten hebben.
De verhalen kunnen ook nog een andere functie hebben. En dat is waarom volkscultuur nu ineens één van de drie speerpunten is geworden van het landelijke cultuurbeleid.
Wij leven in een snel veranderende multiculturele samenleving en weten daar nog niet zo goed mee om te gaan. Wij zijn zoekende naar identiteit, sociale cohesie en dingen die ons bind. De regering streeft naar cultureel burgerschap voor iedereen. Volkscultuur, maar vooral ook verhalen, kunnen daar bij helpen.
Ik vind het altijd wat gevaarlijk om me voor het karretje van de politiek te laten spannen, maar als het elkaar kan versterken en als het de volkscultuurbeoefening op een hoger plan kan brengen, dat vind ik (met enige reserve) dat het moet kunnen.
Met de voorbereiding van het Jaar van de Tradities waren wij al bezig voordat de politiek interesse kreeg in volkscultuur.
Onze missie is:
In Nederland leven zoveel verschillende culturen, met zoveel tradities en verhalen, dat het tijd wordt dat wij op zoek gaan naar onze eigen verhalen en die van anderen. Het idee is om die informatie samen te delen. Dat doe je natuurlijk door te vertellen en door te luisteren.
Motto is dan ook: Vertel het verhaal van uw tradities aan uw familie, vrienden en buren. En luister naar hun verhalen.
Er doen heel veel mensen en organisaties mee en dan blijkt dat niet iedereen de boodschap goed begrepen heeft. Maar ja dat is altijd zo. In je eentje een boek of artikel schrijven is wel een verhaal vertellen, maar is ook eenrichtingsverkeer.
Maar er zijn ook heel veel goede voorbeelden.
Een heel goed voorbeeld is de Stichting Cultuurbehoud Breda, die een project heeft ‘Bruiden uit verschillende culturen’. Dames met een verschillende culturele achtergrond zijn op zoek gegaan naar de rituelen rondom partnerkeuze en trouwen in hun eigen cultuur. Ze hebben ook geprobeerd de achtergronden daarvan te achterhalen.
Hoe verloopt de kennismaking met de toekomstige man? Wat is de rol van de familie? Wie betaalt de bruidsschat. Welke liederen horen bij de ceremonie? Welke hapjes en drankjes? Wat betekent de kousenband, wat symboliseert de ring? Waarom duurt een bruiloft soms 3 dagen? Waarom krijgt een bruid goud of geld? Die kennis hebben ze met elkaar gedeeld en vervolgens hebben zij daar een voorstelling van gemaakt die iedereen kan boeken.
Dit is precies wat wij bedoelen met het Jaar van de Tradities. Dit is een échte tien.
Een ander mooi verhalenproject is de Verhalenkeuken in de Slachthuisbuurt in Haarlem. Een multiculturele wijk waar (oudere) mensen geïsoleerd en eenzaam wonen. Met subsidie van de Woningbouwcoöperatie is daar een groot verhalenproject opgezet om mensen meer te betrekken bij hun wijk en ook om ze weer trots op hun wijk te laten zijn.
De verhalen werden op verschillende manieren verwerkt. In een verhalenkast in het buurthuis bijvoorbeeld, in films en in een groot tafelkleed, waarop de verhalen en foto’s van kinderen over hun moeder staan. Leuk was ook de liedjesophaaldienst. Iedereen kon liedjes inleveren en daarmee werd een concert gegeven en werden ook weer herinneringen opgehaald.
Van deze en andere projecten zijn inmiddels in veel steden voorbeelden te noemen. In grootschalige nieuwe wijken, als de Leidsche Rijn in Utrecht, waar je je buurman niet meer kent, moeten verhalen projecten de contacten en het wijkgevoel stimuleren.
Een bijzonder project is ook de Bibliotheca Biographica. Een enorme digitale website waar mensen tegen betaling hun levensverhaal op kunnen zetten. De bedoeling hiervan is om die verhalen tot in de eeuwigheid te bewaren. Voor elk verhaal wordt een granieten blok gekocht en al die blokken (dus verhalen) zullen samen een monument vormen in Apeldoorn. De naam van het monument is EON, wat onnoemelijke lange tijd betekent. Het project wil historisch besef en saamhorigheid stimuleren.
Verhalen verbinden
Verhalen zijn ín en zullen dat de komende jaren nog wel blijven. Misschien missen wij wel het ouderwetse buurten, zoals in de jaren vijftig nog op zondagavond gedaan werd, als de ene helft van de bevolking buiten op een stoel zat en de andere helft wandelend overal een praatje ging maken. Of is ons leven zo gecompliceerd dat wij op zoek zijn naar gewone dingen?
Ook in de erfgoedsector is inmiddels het besef door gedrongen, dat het verhaal van een monument of een museumstuk belangrijk is. Het is haast niet meer voor te stellen dat wij strijd moesten leveren om bijvoorbeeld bij een boerderijproject ook het verhaal over het leven en werken op de boerderij op te nemen.
Wat het materieel erfgoed, de geschiedbeoefening, de streektaal en volkscultuur bindt zijn de verhalen. En daar wordt nu in Brabant een belangrijke stap in gezet.
Ik ben heel blij dat drie erfgoedinstellingen in Brabant: De Brabantse Museumstichting, Stichting Brabantse Geschiedbeoefening en Stichting Het Brabants gaan samenwerken ….in de BUURTBANK. Een betere naam hadden jullie niet kunnen bedenken.
Ik denk dat dit een gouden greep is en ik hoop dat hier veel persoonlijke verhalen van Brabanders bij elkaar komen. Dat de bank een MODERNE ontmoetingsplaats wordt om ´te buurten´.
Dat volkscultuur in Brabant toekomst heeft, blijkt wel uit het aannemen van een consulent volkscultuur: Monique Groot. Ik ken haar van ANNO dat vorig jaar in het teken stond van …. natuurlijk verhalen. Ik zat in de jury.
Monique heeft mij gevraagd om jullie te vragen om de enquête naar Brabantse Tradities in te vullen. Zoals wij vorige jaar mensen opriepen om hun belangrijkste tradities in te sturen, gaat zij in Brabant aan de slag. De tien belangrijkste tradities worden op een studiedag van het Samenwerkingsverband Volkscultuur Brabant in het najaar bekend gemaakt.
Het bekendmaken van de belangrijkste tradities is natuurlijk een publiciteitsstunt, om erfgoed en tradities weer eens onder de aandacht van een breed publiek te brengen. Maar eigenlijk zijn niet alleen de tien meest genoemde tradities de moeite waard, maar alle inzendingen.
Bij onze duizenden tradities zitten veel dingen die wij niet wisten. En het onderzoek is een mooie bron geworden.
Nog belangrijker was de toelichting, die niet iedereen maar wel veel mensen er bij gaven. Waarom wilde iemand die traditie insturen, wat betekende het voor hem of haar?
Alle toelichtingen waren kleine verhaaltjes. Bijvoorbeeld een gezin dat net de begrafenis van opa of oma achter de rug had en elk vertelde over wat hij/zij mooi gevonden had. Of over een man die ging sterven en de rituelen van zijn eigen begrafenis aan het organiseren was.
Ik hoop dan ook dat de enquête en buurtbank gaan samen werken.
Als ik later weer in Brabant woon, of als ik achter mijn computer aan Brabant denk, dan kom ik zeker nog eens buurten.
Lezing Ineke Strouken op 15 april in de Creatieve Fabriek in Hengelo
Geachte dames en heren,
In het nieuwe Fonds voor Cultuurparticipatie is volkscultuur één van de drie programmalijnen. Daarom ben ik in het afgelopen jaar bij heel veel provincies en gemeenten geweest om uit te leggen wat volkscultuur is. Volkscultuur is zo alledaags dat het nog niet zo gemakkelijk is om er vat op te krijgen en er beleid voor te maken.
Ik wil daarom in gaan op:
- wat het begrip inhoudt
- welke termen er mee te maken hebben
- waarom er nu veel belangstelling voor volkscultuur is
- en wat je er concreet mee kunt doen
Tot slot wil ik u vertellen over het Jaar van de Tradities, omdat dat een mooie gelegenheid is om een begin te maken met volkscultuurbeleid.
Wat is volkscultuur?
Wat volkscultuur is kun je moeilijk en gemakkelijk uitleggen. Wij zeggen altijd:
Volkscultuur is de manier waarop mensen hun dagelijks leven vormgeven. Het zijn de alledaagse dingen, gewoonten en gebruiken, normen en waarden, tradities en rituelen die in ieders leven een rol spelen. Volkscultuur heeft dus te maken met roots en identiteit.
Het gaat over de cultuur van het dagelijks leven. Eten en drinken, feesten en vieringen, geloof en bijgeloof, taboes, noem maar op.
Dat is heel breed. Voor ons is de afbakening:
- het gaat over mensen
- het gaat over context en betekenis
- het gaat over nú, maar ook over de historische dimensie
Bij volkscultuur is altijd sprake van dynamiek en culturele uitwisseling.
Want het gaat over gewoonten en gebruiken die steeds weer opnieuw herijkt worden in een veranderende samenleving.
Rugzakje
Om het uit te leggen, gebruiken wij vaak als metafoor ‘het rugzakje’.
Iedereen heeft een rugzakje met daarin zijn culturele bagage – de gewoonten en gebruiken, tradities en rituelen, normen en waarden, herinneringen en ervaringen – die hij van thuis uit heeft meegekregen.
Dat rugzakje laten wij niet dicht maar daar spelen wij mee, ons leven lang.
Wij maken het geschikt voor ons eigen leven: wij halen er wat uit, wij stoppen er wat in en wij veranderen aan de inhoud. Wij maken er ons eigen unieke rugzakje van.
Met andere woorden wij zetten de volkscultuur van onze ouders naar eigen hand.
Met de inhoud van dat rugzakje houdt volkscultuur zich bezig.
Ik heb net al een aantal termen genoemd die alles met volkscultuur te maken hebben:
- alledaagse cultuur
- tradities en rituelen
- roots
- identiteit
- en wat er ook bij hoort is immaterieel erfgoed
1. Alledaagse cultuur
Volkscultuur gaat over het alledaagse leven en dus ook over alledaagse dingen die voor iedereen herkenbaar zijn. Dat is ook het mooie van ons vak: iedereen begrijpt het. Daarom is volkscultuur ook een goed middel om mensen in aanraking te brengen met cultuur en staat het ook in het beleidsplan van het Fonds voor Cultuurparticipatie.
2. Tradities en rituelen
Het woord traditie komt van het latijnse woord traditio en het betekent het overhandigen van cultuur van de ene generatie op de andere. Je geeft dingen door aan je kinderen en kleinkinderen. Meestal gebeurt dat onbewust en mondeling.
Tradities zitten in kleine dingen. Meestal zijn het de dingen die als er gevraagd wordt: waarom doe je dat?, dat je dan antwoordt: ik weet het niet, dat doe ik altijd zo, zo doet iedereen dat, het werd het altijd al gedaan. Want bij tradities wordt vaak gedacht dat iedereen het zo doet en dat het altijd zo gedaan is. Niets is minder waar: tradities zijn dynamisch. Ze veranderen met de tijd mee en anderen kunnen hele andere tradities hebben.
Een term die met traditie te maken heeft is ritueel. Een ritueel is een traditie maar dan met een plechtig karakter. Van een ritueel ben je je veel meer bewust en vaak worden ze gebruikt bij overgangssituaties: de vlag buiten hangen als je geslaagd bent, kaarsjes uitblazen op een verjaardag, beschuit met muisjes eten bij een geboorte, ringen omdoen bij huwelijk, ballonnen oplaten op een begrafenis, maar ook handen schudden of drie keer zoenen bij een begroeting.
Over een traditie of ritueel is altijd een verhaal te vertellen over
- het ontstaan of de eerste keer dat het in schriftelijke bronnen is opgetekend
- de historische ontwikkeling
- de achtergronden en
- de betekenis
Ik hoor wel eens zeggen dat tradities iets van vroeger zijn, maar dat klopt niet. Tradities zijn van nú, maar tegelijkertijd hebben ze een wortel in het verleden.
Roots
Dan kom ik vanzelf bij roots. Tradities hebben te maken met de wortel waarmee je verankerd bent in de samenleving, met waar je vandaan komt.
Volkscultuur is dus niet hetzelfde als de geschiedenis van het dagelijks leven. Bij volkscultuur ga je altijd uit van een hedendaags thema, maar laat daarvan de historische dimensie zien. Het is een andere invalshoek.
Identiteit
Volkscultuur heeft veel te maken met identiteit. Als je kijkt naar de vormgeving van het dagelijks leven, dan kijk je naar levensstijlen en daarmee samenhangend naar groepsculturen. Vandaar dat wij eigenlijk automatisch uitgaan van culturele diversiteit.
Ieder mens neemt immers deel aan meerdere groepsculturen: familie, vrienden, collega’s, straatgenoten. Aan hun levensstijl ontlenen mensen hun identiteit.
Immaterieel erfgoed
Nog een term die met volkscultuur te maken heeft is immaterieel erfgoed.
Tot voor kort verstonden wij onder erfgoed vooral de materiele sporen uit het verleden - monumenten, archiefstukken en museumvoorwerpen. In 2003 heeft Unesco een conventie aangenomen over het beschermen van het immaterieel erfgoed. Naar verwachting gaat Nederland die conventie ondertekenen en dan zal het immaterieel erfgoed onder erfgoed vallen.
Zelf vind ik de tegenstelling tussen materiele en immateriële cultuur kunstmatig. Immers gewoonten en gebruiken uiten zich ook in voorwerpen. Bij koffiedrinken hoort ook het koffiekopje en het senseoapparaat. Maar bij volkscultuur is het verhaal van de betekenis en context van het koffie drinken belangrijker dan het kopje of het koffiezetapparaat.
Zelf gebruik ik liever de term levend erfgoed.
Onder het immaterieel erfgoed verstaan wij het dynamische spectrum van rituele gewoonten en gebruiken, de feesten en vieringen, de orale cultuur, de verhalen en liederen, de ambachtelijke vaardigheden die wij waard vinden om te bewaren en door te geven aan volgende generaties.
De discussie hoe je dat doet – een ritueel als beschuit met muisjes kun je niet zomaar in een museum of archief zetten – wordt momenteel (ook internationaal) gevoerd.
Waarom is er zoveel belangstelling voor volkscultuur?
1. Wij leven in een snel veranderende tijd. Onze samenleving is in nog geen halve eeuw totaal veranderd.
De invloeden van buitenaf, de technologie, en de komst van mensen met een andere culturele achtergrond hebben in een korte tijd voor een heel andere maatschappij gezorgd.
Als de veranderingen heel langzaam gaan en iedereen doet ongeveer hetzelfde, dan zul je je niet afvragen, waarom je doet zoals je doet. Dan denk je niet na over die alledaagse tradities. Maar tegenwoordig doen wij veel dingen waar wij niet meer van weten waarom wij het doen. Waar wij het verhaal niet meer van kennen. Denk maar eens aan de betekenis van Pasen, Hemelvaart en Pinksteren. Of: waarom drinken wij oranjebitter op Koninginnedag? Vandaar dat het Nederlands Centrum voor Volkscultuur ook altijd veel vragen moet beantwoorden over de achtergronden van tradities, bijvoorbeeld over Pasen vorige week en volgende week over Koninginnedag.
Wij kennen het verhaal van onze eigen tradities dikwijls niet meer, laat staan dat wij het verhaal van de gebruiken in andere culturen kennen. Wat wordt er met Holi of op het Offerfeest gevierd? Waarom mogen moslimvrouwen een man geen hand geven?
Kennis over de achtergronden van de tradities van jezelf en van de mensen waarmee je samenleeft is heel belangrijk om elkaar te begrijpen.
2. Volkscultuur is van iedereen.
De tweede ontwikkeling is dat wij het belangrijk vinden dat mensen de benodigde basiskennis hebben om te kunnen functioneren als volwaardig cultureel burger. Daarbij moeten ook groepen bereikt worden, die niet zo gemakkelijk bij kunst en cultuur te betrekken zijn. Volkscultuur is daarvoor een ideale invalshoek. Immers het gaat over onderwerpen die iedereen herkent en waarvoor iedereen belangstelling heeft. Bijvoorbeeld de levenslooprituelen. Met volkscultuur kun je de culturele verschillen en overeenkomsten duidelijk maken.
Ik ben er van overtuigd dat inzicht in en kennis van de verschillende volkscultuuruitingen begrip en respect kweken voor mensen die dingen anders doen. Want het lijkt bij tradities, dat het altijd zo was en dat iedereen het zo doet, maar als je uitlegt en ook verklaart waarom sommige mensen het anders doen en het achtergrondverhaal vertelt, dan begrijp je elkaar veel beter.
Daarom: kennis van volkscultuur sluit niet uit, maar kweekt juist begrip en respect als je het met elkaar deelt. Juist de persoonlijke verhalen over alledaagse rituelen zijn een middel om elkaar te begrijpen en te ontmoeten. Dat is ook de reden waarom wij het Jaar van de Tradities georganiseerd hebben.
Wat moet er de komende jaren op het gebied van volkscultuur gebeuren?
- Kennis opbouwen
- Infrastructuur versterken
- Samenwerking stimuleren
- Participatie bevorderen
- Innovatieve presentatievormen stimuleren
Wil je weten welke tradities in een gemeente leven, dan zul je op internet maar weinig vinden. Of soms heel eenzijdige informatie krijgen, bijvoorbeeld alleen de traditionele streekgebonden gebruiken.
Kennis vergaren en toegankelijk maken is daarom een eerste vereiste. Een taak ligt hier ook bij de historische verenigingen, musea en archieven.
Daarmee hangt samen het versterken van de infrastructuur. Met name de organisaties waarbij veel vrijwilligers betrokken zijn – denk bijvoorbeeld aan de historische verenigingen, maar ook aan de levende geschiedenisgroepen en de organisaties die een ambacht of erfgoedkunst beoefenen – zouden de gelegenheid moeten krijgen om te professionaliseren. En dan denk ik eigenlijk aan vaardigheden buiten het vakgebied: bedrijfsvoering, bereiken van publiek, samenwerking met toerisme, maar ook ‘hoe bereik ik een doelgroep?’
Vaak wordt er in ons veld niet verder gekeken dan het eigen straatje. In het Jaar van de Tradities stimuleren wij dat ze gaan samenwerken en dan niet alleen met andere cultuur- of erfgoedorganisaties, maar ook met kunstinstellingen, bibliotheken en vooral ook met informele netwerken (van nieuwe Nederlanders bijvoorbeeld).
Volkscultuur is bij uitstek geschikt om cultuurparticipatie te bevorderen. Omdat het gaat om alledaagse dingen kun je er makkelijk mensen voor interesseren en bij betrekken. Bovendien kun je er over lezen, je kunt er onderzoek naar doen en je kunt het actief beoefenen.
Een voordeel is dat je volkscultuurprojecten kunt brengen op plekken waar iedereen komt: markt, supermarkt, dokter en ziekenhuis, gemeentehuis, kerk, bibliotheek en museum, maar ook gewoon in een café, in de voortuin van particulieren of op de kermis.
Zelf vind ik dat innovatieve presentatievormen en cross-overs een kans moeten krijgen. Een project moet verrassen en prikkelen. Hier kan de samenwerking met kunstenaars heel bevruchtend werken. Kunst als middel om volkscultuur uit te beelden.
Hoe gaan mensen en organisaties met volkscultuur om?
U wilt allemaal aan de slag met volkscultuur. Ik ga daarom een aantal mogelijkheden behandelen.
Er zijn al heel veel mensen en organisaties bezig met volkscultuur. Vaak noemen ze het niet volkscultuur, maar tradities of vroeger of gewoon het alledaagse leven. In feite is volkscultuur natuurlijk iets van ons allemaal.
Wij maken daarom onderscheid tussen:
1. levende volkscultuur
Sinterklaas en verjaardag vieren, in de fanfare spelen, beschuit met muisjes eten op kraamvisite, ballonnen oplaten op een begrafenis, stamppot en drop eten etc.
2. beoefening van volkscultuur
de organisaties en mensen die volkscultuur bestuderen en vertalen in activiteiten
Het NCV heeft het volkscultuurveld – de beoefenaars van volkscultuur – opgedeeld in
- reflectieve beoefening: de bestudering van volkscultuur en regionale cultuur
- actieve beoefening: folklore, levende geschiedenis, volkskunst
Op wat voor manier is men met volkscultuur bezig:
1. Volkscultuur als erfgoed
Het in stand houden van een oude traditie.
ONBEWUST zoals de meidenmarkt in Schoorl.
BEWUST Het eieren gadder’n bijvoorbeeld in Enschede, het paastaak halen in Denekamp, de broodweging in Zelhem, de meiboom in Noorbeek of de Boxmeertse Vaart in Boxmeer, Valkerij en noem maar op. Ook bij migranten speelt dit sterk: Surinaams afleggen, Drakenfeest in Den Haag.
Hierbij speelt de discussie over het streven naar authenticiteit of uitgaan van de dynamiek van tradities. Probeer je te streven om het precies zo te doen als vroeger, of laat je een traditie met de tijd mee ontwikkelen. Voorbeeld: midwinterhoornblazen.
2. Het bestuderen en publiceren van volkscultuur
Historische verenigingen en archieven spelen hier een grote rol in. Maar ook auteurs die een thema uit diepen: hygiëne, migratie, feestcultuur etc.
Op basis van historisch onderzoek worden ook allerlei tentoonstellingen, studiedagen, excursies ontwikkeld.
Maar ook schoolprojecten als het verhalenproject rond de Sassenpoort waarbij op 20 maart de Wereldverteldag 3000 leerlingen werden bereikt. Of het project Jong en Oud, waar ouderen uit verschillende culturen op scholen gingen vertellen over hun jeugd.
Een nieuwe methode is het versturen van power-point presentaties over bijvoorbeeld de geschiedenis van een streek via fun-mail. Een goedkope en effectieve manier om mensen te bereiken.
3. Het naspelen van volkscultuur
Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen folklore en levende geschiedenis. Folklore baseert zich op kennis overgedragen van generatie op generatie. Levende geschiedenis speelt het na op basis van bronnen- en boekenkennis en experimenten.
Levende geschiedenis is bij jongeren een heel geliefde vorm van geschiedbeoefening. Het in de huid van een historisch personage kruipen, het beleven van de geschiedenis, brengt de geschiedenis dichtbij. Dit kan ook digitaal.
4. Actieve beoefening
Volkscultuur wordt vaak actief beoefend, bijvoorbeeld:
- traditionele sporten (klootschieten, beugelen, polsstokspringen)
- culinaire cultuur (wecken, slachten)
- ambachten (scheepvaart, bijvoorbeeld kokkelvissen en netten boeten, touwslaan, kuiperij)
- kunsten (muziek, theater, vertellen, beeldende kunst)
Hier hebben wij bij sommige sectoren te maken met het uitsterven van kennis en vaardigheden: bijvoorbeeld bij beenbewerken. Vandaar dat de provincie Zeeland de overdracht als één van haar prioriteiten heeft aangewezen. De behoefte aan overdracht bij volkskunsten speelt ook in toenemende mate een rol bij migranten (beschilderen Marokkaans aardewerk bijvoorbeeld).
Verder:
- Kunst kan een goed middel zijn om volkscultuur op een bijzondere manier te verbeelden (project Kuiven en Kraplappen, waarbij een dochter van een klederdrachtmoeder de cultuur van Spakenburg in een fotoverhaal vastgelegd heeft en daarvan een boek en een foto-geluid-tentoonstelling heeft gemaakt. Dit project heeft veel media aandacht gehad.
- Een nieuwe trend is de Nieuwe VolksKunst: folklore als inspiratiebron voor professionele kunst: Neerlands Welvaren, Zuiderzeemuseum.
5. Commercie
De commercie weet als geen ander dat volkscultuur, tradities, folklore en nostalgie gewild is.
- Toerisme: volkscultuur als middel om de identiteit van een plaats te versterken en toeristen te trekken.
- Pers: willen gewoonten duiden (Pasen) en vermarkten (spelletjes als Ik hou van Holland)
- Evenementenindustrie: volkscultuur als bedrijf (Gezondheidsfestival in Utrecht: de stad wil laten zien dat zij altijd al gezondheidscentrum is geweest, dus middel om identiteit te versterken).
Om voor subsidie in aanmerking te komen zouden volkscultuurprojecten moeten voldoen aan de volgende criteria:
- gebaseerd zijn op gedegen kennis
- van een bepaalde doelgroep bereiken
- in samenwerking worden uitgevoerd
- een originele uitwerking hebben
- en een langer termijn resultaat hebben
Een project moet zich goed georiënteerd hebben in het aspect van volkscultuur dat het wil vertellen. Er moet voldoende kennis aanwezig zijn. Duimzuigerij zet mensen op het verkeerde been.
Er moet goed nagedacht zijn over welke doelgroep men wil bereiken. En wat voor resultaat een project moet hebben.
Veel te vaak wordt er niet verder gekeken dan het eigen straatje. In het project moet worden samengewerkt met andere organisaties. Verrassende cross-overs moeten beloond worden.
Het verhaal van die tradities moet op een originele manier verteld worden. Als het kan op een bijzondere plek.
Het liefst moet het project een lange termijn resultaat hebben, duurzaam zijn.
Jaar van de Tradities
Het Jaar van de Tradities zal u helpen om al een begin te maken met volkscultuur.
Dit jaar willen wij gebruiken om de kleurrijkheid aan tradities in Nederland te laten zien en om de achtergrondverhalen ervan te vertellen.
Wij doen dat op landelijk niveau, maar vooral ook op lokaal niveau.
Wij stimuleren onze achterban, maar ook andere groepen geïnteresseerden om:
- na te denken over de eigen tradities
- maar ook op zoek te gaan naar de tradities in de omgeving
- en de verhalen van die tradities elkaar te vertellen
Er doen heel veel verschillende deelnemers mee, dus zeker niet alleen onze achterban of de erfgoed instellingen.
Wij koppelen zoveel mogelijk initiatieven aan elkaar. Niet alleen lokaal, maar ook regionaal en landelijk.
Daarbij stimuleren wij een aantal initiatieven om net iets verder te gaan, er net iets meer van te maken.
Daarnaast betrekken wij de burgemeester en lokale media er bij.
Op deze manier hopen wij dat dit jaar heel veel mensen met volkscultuur bezig zijn en hopen wij ook een goede stimulans te geven aan volkscultuurbeoefening.
Meer informatie: www.volkscultuur.nl en www.jaarvandetradities.nl
Wilt u op de hoogte gehouden worden? Stuur ons dan een mail: ncv@@volkscultuur.nl
Lezing Ineke Strouken op het Internationaal congres Kermis- en Circuspastoraat 16 maart 2009
Kermis: terug naar de roots
Geachte dames en heren,
Tijdens deze boottocht bent u onder andere aan het nadenken over de toekomst van de kermis.
Eén van de facetten daarbij is de erkenning van kermis als cultuur én erfgoed. Ik wil met u de mogelijkheden hiervan verkennen. En daarom heb ik mijn lezing de titel Terug naar de roots genoemd.
Eerst wil ik u in het kort vertellen wie ik ben en waar ik werk.
Ik heb historicus en gespecialiseerd in volkscultuur ook wel etnologie genoemd. Dat betekent dat ik me met de geschiedenis van het dagelijks leven bezig houd: met geboorte- en huwelijksgebruiken, maar ook met jaarfeesten zoals Sinterklaas, en kermis en circus. Onze invalshoek van waaruit wij het dagelijks leven bekijken, is tradities en rituelen.
Het dagelijks leven is mijn vak én mijn hobby. Ik werk als directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, het landelijk instituut dat hiervoor door het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap wordt gesubsidieerd. Wij hebben momenteel een belangrijke taak, want volkscultuur is één van de drie speerpunten geworden van het landelijk cultuurbeleid.
Dit jaar organiseren wij het Jaar van de Tradities dat door onze Koningin Beatrix geopend is. Tijdens die opening hebben wij onder andere de resultaten van een groot onderzoek naar de belangrijkste tradities in Nederland bekend gemaakt. En raad eens: in de top 100 staan kermis en circus op de 20ste en 30ste plaats. Terecht!
Kermis is een heel oud feest.
In Nederland is kermis zelfs één van de oudste feesten. Samen met Carnaval, Sinterklaas en Pasen werd kermis in de Middeleeuwen al volop gevierd. Natuurlijk wel op een andere manier dan wij nu kermis vieren.
De middeleeuwse kermis had een duidelijk band met de kerk. Vaak ontstond er een kermis bij de jaarlijkse herdenking van de inwijding van een kerk. Hele oude kermisprenten laten daarom naast kermis ook altijd een kerk en een processie zien.
Waar het feest was, ontstond ook handel. Kermis en jaarmarkt waren daarom in de Middeleeuwen en ook nog lang daarna aan elkaar gekoppeld. Op de kermis werd er gekocht en verkocht. Vaak was er tijdelijk een vrijmarkt, een markt waar vrij gehandeld mocht worden, zonder alle regels van het gildesysteem dat toen gangbaar was.
Kermis was in de Middeleeuwen ook een trekpleister voor reizende kunstenaars en kunstenmakers. Acrobaten, muziekkanten, komieken, kwakzalvers en lekkere hapjes verkopers waren een belangrijk onderdeel van de kermis. Evenals spannende dingen, zoals koekhakken (niet te verwarren met koekhappen) bijvoorbeeld.
In de 19e eeuw ontstond de kermis zoals wij die nu kennen, met de spannende attracties en de vele lichtjes. De 19e eeuw is een mooie periode voor historisch onderzoek, want kermis was in die tijd trendsetter. De mensen leerden op de kermis wat elektriciteit was, hoe ze moesten fietsen, en nog veel meer. Kermis heeft wat dat betreft veel moderne ontwikkelingen bekend gemaakt onder het publiek. Ook voorlichting werd op de kermis gegeven, over kinderen krijgen, maar ook over geslachtsziekte kon je op de kermis je licht opsteken. Het is niet voor niets dat de circussen, dierentuinen en bioscopen uit de kermis zijn voortgekomen. Kermis had een belangrijke innovatieve betekenis.
Kermis is ook altijd verbonden geweest met kunst.
Allereerst zijn kermisdecoraties een kunstvorm op zich. Kermisdecoraties zijn bedoeld om de sfeer van romantiek en spanning op te roepen en daarmee publiek te trekken. Daarom is kermiskunst als het ware een spiegel van de maatschappij in een bepaalde tijd. Je kunt aan de decoraties aflezen wat mensen mooi vonden en wat hen aantrok, en dat was in elke periode anders.
Daarnaast werd kermis met name in de 18e en 19e eeuw gebruikt als testcase voor kunst. Toneel- en muziekstukken beleefden bijvoorbeeld vaak hun première op de kermis. Sloeg een stuk aan dan ging men naar de theaters en schouwburgen.
Als laatste is kermis altijd gebruikt als inspiratiebron voor kunstenaars. Heel veel schilders, schrijvers en dichters (ook hele bekende) hebben zich op de kermis laten inspireren. Vandaar dat er heel veel schilderijen over kermis in musea te vinden zijn.
Kermis heeft dus een hele rijke geschiedenis. Daar zijn nog heel veel bronnen over. Als je onderzoek doet naar de geschiedenis van kermis, dan kun je je hart ophalen. Er is niet één archief of museum dat niets over kermis in zijn collectie heeft.
Toch denken wij niet meteen aan erfgoed als wij aan kermis denken.
Dat is echt heel vreemd! Want bij weinig andere feesten is de geschiedenis en cultuur zou duidelijk te bewijzen.
Kermis is belangrijk cultuurgoed en belangrijk cultureel erfgoed. Daar kan niemand omheen! Waarom denk je bij kermis dan niet meteen aan cultuur én aan erfgoed? Wat is er gebeurd dat wij bij kermis de cultuurhistorische dimensie zijn vergeten?
Ik was vorige week in Turkije op een plaats waar ik 15 jaar geleden regelmatig kwam. In amper een decennium was alles, waarom ik graag naar die plaats toe ging, verdwenen. De lokale markten waren vervangen door kraampjes met leer en souvenirs, en marktkooplui die je letterlijk proberen hun kraam in te sleuren. De lokale restaurants serveerden nu hamburgers, friet en spaghetti. En overal waren hele grote hotels verschenen. De historische bezienswaardigheden waren gelukkig nog niet zo in trek als de vele disco’s, die het dorp had gekregen. Maar ik dacht: hier ga ik niet meer naar toe.
Wat was er gebeurd? De zuidkust van Turkije werd aantrekkelijk voor toeristen. En om nog meer toeristen te trekken werden er, zonder over de toekomst na te denken, allerlei aanpassingen gedaan. Projectontwikkelaars en lokale bevolking bouwden de hotels en winkels waarvan ze verwachtten meteen veel geld te zullen verdienen. Vanuit de bevolking gezien heel logisch. Maar die toerist veranderde ook. In plaats van de cultuur en geschiedenis zoekers kwamen de jongelui, die op het strand wilden liggen en ’s avonds wilden uitgaan en dronken worden. Dus werden de reizen goedkoper en lokten de reisbureau´s de mensen door aanbiedingen met alles er op en er aan: vliegreis, hotel, eten en drinken zoveel je maar wilt, zwembad en haman. Alles om de toerist maar zo veel mogelijk in het hotel te houden.
Daar is niets mis mee. Maar na een decennium ongebreidelde uitbreidingen zit er nu de klad in. Voor veel doelgroepen is dit deel van Turkije niet interessant meer. En ook de doelgroep jongeren en mensen met weinig geld laten het steeds meer afweten. Hotels met 2200 kamers staan nu ’s winters leeg of moeten ver onder de kostprijs overwinteraars trekken. De spiraal naar beneden is begonnen.
Bij de kust van Turkije denk je nu vooral aan zon, zee en uitgaan en veel minder aan 3000 jaar kunst en geschiedenis.
Iets dergelijks, maar dan in een veel langere periode is met kermis gebeurd. Kermisexploitanten hebben altijd een goede neus voor publiek trekken gehad, anders had kermis niet al duizend jaar weten te overleven. Als de wensen van het publiek veranderden, dan veranderde de kermis. Als er nieuwe uitvindingen waren, dan stond kermis vooraan om die te gebruiken om een nog spannender evenement te maken. Kermis was altijd in voor vernieuwingen. Dat is een hele goede eigenschap, maar daardoor is de traditie uit het oog verloren. Dat is de ook reden dat niemand nog bij een kermis aan kunst, cultuur en erfgoed denkt.
Waarom zouden wij dat willen veranderen? Waarom willen wij laten zien dat kermis niet zomaar een vermaak is?
1. De Nederlandse exploitanten (en ik geloof ook in de rest van Europa) hebben behoefte aan erkenning, ook om hun positie sterker te maken. Zij willen door gemeenten niet als melkkoe gezien worden - dus als iets waar de gemeenten veel geld aan kunnen verdienen -, maar ze willen ook met respect behandeld worden. De kermiswereld wil dat gemeenten het gevoel hebben iets bijzonders binnen te halen. Ze willen eigenlijk behandeld worden als reizend cultureel festival.
2. Hoewel kermissen een gigantisch vermogen hebben om telkens maar weer te overleven – denk maar eens aan al die keren dat kermissen in het verleden verboden werden door regenten die bang waren dat de fatsoensnormen overtreden werden – zie je nu ook weer dat kermissen verdwijnen. Vaak heeft dat te maken met groepen jongeren die zich zodanig gedragen dat andere doelgroepen wegblijven. Daarnaast zijn te veel goktenten, te harde muziek en te dure attracties potentiële gevaren.
3. Er is een enorme interesse in het verleden en nostalgie. Trendvoorspellers zeggen dat deze trend nog maar in zijn begin is en dat de hang naar het verleden de komende jaren alleen maar groter wordt. Dit is een kans, die een oud feest als kermis met beide handen moet aangrijpen.
4. Unesco heeft een conventie aangenomen om het immaterieel erfgoed te beschermen. Kermis is immaterieel erfgoed – het is een jaarfeest -, maar heeft daarnaast ook nog een materiele schat een sporen uit de geschiedenis nagelaten.
5. Kermis en circus zijn door het Nederlandse volk uitgeroepen tot hele belangrijke tradities. Dat is een grote erkenning!
Veel kansen voor kermis dus. Maar hoe moeten wij die kansen grijpen?
In Nederland zijn wij daarover aan het brainstormen, onder leiding van Bernard van Welzenes (Kermis- en circuspastoraat) en Wouter van Tuyn (Rijdende School). Wij hebben gekeken naar de sterke en zwakke kanten van kermis, en wij hebben de kansen en bedreigingen in beeld gebracht. Wij zijn nog lang niet klaar, maar voor deze lezing heb ik deze gegevens nog eens geanalyseerd en denk ik dat ik u toch al wel wat dingen kan mee geven.
Woorden als diversiteit (een kermis moet veel verschillende attracties en belevenissen bieden), cultuurparticipatie (kermis moet voor iedereen leuk zijn) en kermis plus (kermis biedt meer dan alleen vermaak, maar kan ook iets betekenen voor het onderwijs bijvoorbeeld) kwamen uit die analyse boven drijven. Dat gaf mij de indruk dat het allemaal niet zo moeilijk hoefde te zijn: gewoon terug naar roots en wij zijn een heel eind verder.
Bij het organiseren van een kermis zijn meerdere partijen betrokken:
1. kermisexploitanten
2. kermisorganisatoren
3. gemeenten
4. organisaties en personen die zich bezighouden met de kunst, cultuur en erfgoed van kermis.
De veranderingen kunnen dus niet alleen komen vanuit de kermisexploitanten, maar moeten ook gedragen worden door de andere partners, de organisatoren en gemeenten bijvoorbeeld.
Maar het uitgangspunt van de brainstormgroep is: wij willen de veranderingen, dus wij nemen het initiatief. En met wij bedoel ik de kermisexploitanten onder leiding van de bonden.
Wij willen laten zien dat kermis meer is dan alleen vermaak.
Door steeds maar op allerlei fronten te laten zien dat kermis in een rijke traditie staat, zal dat langzaam doordringen tot de maatschappij. Imagoverandering is een kwestie van een goede boodschap hebben en die vaak roepen.
Als je een cultureel festival en erfgoed instelling wilt zijn, dan moet je je daar ook naar gedragen. Voor een museum is het ook niet genoeg om een depot met spullen te hebben. Als culturele en/of erfgoed instelling wil je een verhaal vertellen, wil je het publiek wat leren en dat moet je tegenwoordig dat op een aantrekkelijke manier doen anders is niemand geïnteresseerd.
Tegenwoordig hebben wij het over informatie-entertainment (info-tainment). Dat betekent dat je informatie moet aanbieden in de vorm van entertainment. Een museum of archief moet meer entertainment bieden en kermis meer informatie. Dat biedt samenwerkingsperspectieven!
Daarom moet kermis naast de attracties iets extra’s bieden. Kermis moet laten zien waar zijn wortels liggen, moet zijn geschiedenis vertellen, moet een beeld geven van al die rijkdom die hij in huis heeft.
Hoe kunnen wij dat aanpakken?
1. Voorbeeld Maliebaanfestival
Op de Maliebaankermis in Utrecht hebben de kermisexploitanten Joop Keijser en Tonnie Wouts, geholpen door het Nederlands Centrum voor Volkscultuur, daarmee geëxperimenteerd. Joop en Tonnie wilden terug naar de roots, door alle elementen uit de middeleeuwse kermis terug laten komen: kerk, handel, kunst.
De band met de kerk lieten zij zien door een kerkmis op zondag in de botsautootjes te organiseren. Een geweldig succes, dat elk jaar opnieuw de landelijke pers haalde en inmiddels door veel kermissen is over genomen.
Tijdens de kermis organiseerden Joop en Tonnie samen met de aangrenzende middenstand altijd een grote braderie, waarmee de band met de handel werd aangetrokken. Op die dag was het altijd enorm druk op de kermis.
Tijdens de Maliebaankermis traden altijd allerlei kunstenaars op: muziek, theater, acrobaten, maar ook schilders en dichters kregen een plek. Er is zelfs wel eens een kunstveiling georganiseerd en er jarenlang werden er kunsttentoonstellingen georganiseerd door een gerenommeerd kunstgenootschap.
Er was ook altijd een circus op het Maliebaan.
Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur heeft jarenlang drukbezochte tentoonstellingen over allerlei historische aspecten van kermis gehad in een tent op de kermis.
Ook organiseerden wij activiteiten die wij tegenkwamen op de oude kermisschilderijen: dans, spel, kwakzalverij bijvoorbeeld.
De gemeente droeg ook een steentje bij door de pachtprijzen heel laag te houden, waardoor de gemiddelde ritprijs ook heel laag kon blijven.
Joop zei altijd: ook een grootvader moet zijn kleinkinderen op een kermisuitje kunnen trakteren.
Dus de kermis zorgde voor diversiteit en historische elementen.
Dankzij de gemeente kon het een kermis worden voor iedereen.
2. Historische informatie
Als erfgoedinstelling of kunstinstelling hoor je educatief materiaal te maken. Immers wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Laat de scholen, maar ook het museum, archief, kunsteducatiecentrum en bibliotheek maar vóór en tijdens de kermis meedoen met de kermis.
Daarvoor zijn wij (met onder andere de Rijdende School) een aantal producten aan het samenstellen die makkelijk gebruikt kunnen worden.
- Een tentoonstelling over de geschiedenis op 15 t-shirts. Het voordeel van t-shirts is dat ze goedkoop te maken zijn, maar dat je ze ook makkelijk kunt ophangen, zelfs op de kermis.
- Een digitale tentoonstelling die scholen, musea en bibliotheken makkelijk kunnen printen op papier of borden.
- Een power-point presentatie over de geschiedenis van de kermis voor op scholen.
- Een speurtocht over de kermis.
- Een film over de rijdende school voor op school of voor uitzending door de lokale media.
- Een inventarisatie van kermisgedichten, liedjes, toneelstukken, schilderijen en verhalen voor kunsteducatiecentra.
Op zich lijkt dit veel werk, maar het valt nog al mee, vooral omdat je het maar één keer hoeft te maken en dan kun je weer een aantal jaren vooruit.
Daarnaast vragen wij musea en archieven om hun materiaal digitaal of in het echt tentoon te stellen als de kermis komt.
Zo wordt kermis meer dan alleen een reizend evenement.
3. Kermisexploitanten en organisatoren
De kermiswereld zelf kan ook veel doen. De mogelijkheden zijn wij aan het verkennen met de kermisbonden. Een paar ideeën:
- Iedereen heeft wel een oude foto. Blaas die op op zeildoek en plaats die bij je attractie.
- Organiseer rondleidingen op de kermis.
- Zorg dat er minimaal één oude attractie staat. Dat kan ook een oude woonwagen zijn of een Kop van Jut. Vertel het verhaal hiervan.
- Laat oude affiches herleven.
- Organiseer op een rustige middag een gelegenheid waarbij amateur-kunstenaars op de kermis kunnen tekenen en schilderen.
- Organiseer iets met kinderen, of geef de gelegenheid dat anderen wat organiseren.
- Vertel eens iets op de school.
Ik hoor u al zuchten … daar hebben wij geen tijd voor. Maar:
- sommige dingen die ik genoemd hebben kosten nauwelijks tijd,
- hier ligt ook een taak voor de organisatoren en gemeenten
- en misschien zijn er oudere exploitanten die wat kunnen en willen doen.
Immaterieel erfgoed
Ik wil nog even heel kort ingaan op het immaterieel erfgoed. Het is nog niet helemaal uit gekristalliseerd (het is nog een nieuw beleidsterrein) en veel wordt pas de komende jaren duidelijk. Maar alvast wat punten:
Immaterieel erfgoed is volgens Unesco erfgoed
- dat meerdere keren van generatie op generatie is doorgegeven
- dat nog leeft
- dat gedragen wordt door de gemeenschap zelf (de exploitanten dus)
- dat beschermd moet worden, bedreigd is.
Er komen twee lijsten:
- een landelijke lijst
- een Unesco lijst.
Het zal nog niet makkelijk zijn om een Europees fenomeen op de lijst te krijgen. Datzelfde probleem heeft ook Carnaval bijvoorbeeld. Wat wel gelukt is, is bijvoorbeeld het Carnaval in Aalst. Wij moeten even kijken hoe Unesco daarop gaat reageren.
Wat zou het kermis- en circuspastoraat kunnen doen?
Kermisexploitanten zijn hardwerkende mensen van de reis die soms ook de taal van de gemeenten niet goed begrijpen. Het pastoraat zou een onpartijdige stem kunnen zijn.
Tegen priesters en pastoors wordt ook in Nederland nog steeds opgekeken. Bovendien zijn in elke gemeente parochies en priesters. Zij zijn de stabiele factor, terwijl kermismensen reizen. Zij kennen ook de culturele infrastructuur in een gemeente. Betrek hen daarom bij kermis. Zij hebben ook een belang.
Kerk en kermis hebben een eeuwenoude band met elkaar. Laten wij die band weer eens strakker aanhalen.
Lezing 22 januari 2009 door Ineke Strouken op het symposium in Leeuwarden
Geachte dames en heren,
Ik vind het heel fijn dat ik op dit minisymposium ter gelegenheid van het afscheid van Siets Ypenga een inleiding mag houden over volkscultuur en tradities. Ik weet niet of dat dit een traditie is en of jullie dat bij elk afscheid doen – misschien was het wel een wens van Siets – maar ik vind het in ieder geval een mooi ritueel. Afscheid nemen is een moment dat eigenlijk een markering nodig heeft. Siets gaat over naar een nieuwe fase in haar leven en jullie moeten verder zonder haar aanwezigheid. Het zal voor beide partijen even wennen zijn. Zeker omdat Siets zich meer dan 40 jaar ingezet heeft voor het Friese bibliotheekwezen. Dat kun je met een etentje en een toespraak vieren, maar ook met een symposium met inhoud. Veertig jaar ergens je voor inzetten is eigenlijk een verdwijnende traditie. Tegenwoordig is het mode om te jobhoppen.
Ik heb net al de woorden volkscultuur, tradities en rituelen in de mond genomen. Dat is waar ik het direct over ga hebben, maar daar horen ook de termen culturele bagage en identiteit bij.
Wat is volkscultuur?
Ik moet het tegenwoordig weer vaak uitleggen, omdat volkscultuur één van de drie speerpunten is in het landelijk cultuurbeleid. Het is zo´n woord dat je bij gewone mensen nooit hoeft uit te leggen, maar bij intellectuele elite wel.
Volkscultuur is de cultuur van het dagelijks leven. Het gaat over hoe mensen hun leven vormgeven. Eten en drinken, inrichten van je huis, kleding, feesten en vieringen, maar ook omgangsnormen en taboes. Dat hoort allemaal bij volkscultuur. Het is dus heel breed vakgebied. Voor ons is de afbakening: het gaat over mensen en over hoe mensen hun alledaagse leven inrichten. Wat ze denken, voelen en doen.
Bijvoorbeeld: als je de geschiedenis van een huis bestudeert dan kun je kijken naar de bouw van het huis, naar de stenen, het dak en naar de ornamenten. Maar dat is geen volkscultuur. Bij volkscultuur kijk je naar waarom mensen zo´n huis op die manier bouwden – waarom zit de deur hier en waarom zijn daar twee ramen, en wat zou die versiering voor betekenis hebben – en vooral hoe mensen in dit huis woonden en werkten: wat werd er gekookt in de keuken, hoe deden ze de was, hoe sliepen ze, maar ook hoe vierden ze hun feesten, hoe gingen ze met elkaar om en hoe is dat door de eeuwen heen veranderd.
Bij papieren behang zie je bijvoorbeeld een ontwikkeling dat alleen de rijken zich in de 18e eeuw papieren behang konden veroorloven. In de 19e eeuw zijn er dan twee ontwikkelingen (het papier werd niet alleen meer gemaakt van vodden, maar ook van houtvezel, en men kon voortaan papier drukken op rollen) die het papieren behang veel goedkoper maker. Hierdoor werd het een alledaags product voor gewone mensen.
Als eerste gebruikten mensen behang om de kieren in de bedstee dicht te plakken. Dan konden er geen beestjes in de bedstee komen. Daarna gingen ze behang gebruiken om het huis wat op te fleuren. De huizen hadden in die tijd veel last van roet (open vuren, maar ook de eerste kachels en fornuizen zorgden voor roetaanslag) en roet is heel gemeen als je dat wilt verwijderen. Een behangetje er over er je ziet het niet meer. In de twintigste eeuw gaan mensen behang gebruiken om een huis en een kamer een eigen stijl te geven: het moet de omgeving gezellig en mooi maken en zeker tegenwoordig: behang moet laten zien wat voor iemand er woont.
Zo is het ook met onze kamerplanten gegaan. Nederland stond en staat wereldwijd bekend om zijn kamerplanten. Het is nu wat aan het afnemen, maar in 1990 had een gemiddeld gezin 22 planten in huis. In de jaren 70 en 80 zelfs nog meer met al die completapotjes die wij vulden met cactussen. Als je onderzoek doet naar volkscultuur dan kijk je: waarom doen wij dat en hoe komt het dat wij ooit planten in de huiskamer zijn gaan zetten. Ik heb lang in een 18e eeuws huis gewoond. Daar waren geen vensterbanken en het was ook te donker om echt planten te houden. In die tijd was het ook absoluut geen gebruik. Onze kamerplanten komen allemaal uit verre landen en werden in oranjerieën bewaard.
In de 19e eeuw gaan eerst de burgers wat planten in de kamer zetten. Een enkele plant op een plantentafeltje: een palm of een clivia bijvoorbeeld. De burgerij – onder andere de Maatschappij tot Nut van ´t Algemeen – zag in kamerplanten een middel om ´de werkende klasse en het grauw´ dat opeengepakt in steegjes en kleine woningen woonden te beschaven. Ze schreven ´floralia´ uit. Dat zijn wedstrijden, waarbij arme mensen een stekje kregen (van een geranium of vlijtig liesje bijvoorbeeld), dat ze moesten opkweken en daar konden ze dan iets mee winnen.
Het idee er achter is: wie voor zijn plant zorgt, zorgt ook voor het huishouden, wie zijn plant drinken geeft, kookt ook voor man en kinderen. En zo zijn de kamerplanten in ons interieur beland.
Zo is van alle alledaagse dingen een verhaal te vertellen. En daarmee komen wij op de tradities en rituelen.
Wat zijn tradities?
Het woord traditie komt van het latijnse woord traditio en het betekent het overhandigen van cultuur van de ene generatie op de andere. Je geeft dingen door aan je kinderen en kleinkinderen. Meestal gebeurt dat onbewust en mondeling. En de hardnekkigste tradities heb je al heel vroeg, voor je zesde jaar, meegekregen.
Tradities zitten in kleine dingen. Meestal zijn het de dingen die als er gevraagd wordt: 'waarom doe je dat', er een antwoord komt: 'ik weet het niet, dat doe ik altijd zo, zo doet iedereen dat, zo wordt het altijd gedaan'.
Wij hebben net een groot onderzoek gedaan naar de 100 belangrijkste tradities in Nederland. Circa 3.500 mensen hebben hun tien belangrijkste tradities in gestuurd met een toelichting. Ik was natuurlijk één van de allerlaatsten die meedeed. Om half twaalf op 30 juni begon ik er eens aan. En ik vond het heel erg moeilijk. Tradities zijn zo onbewust dat het moeilijk is om ze zo ineens te kunnen ophoesten. De dagen er na kwam ik op steeds meer tradities van mezelf. Maar ook van: dat deed mijn moeder ook, en dat moet ik van school hebben. Het werd een hele zoektocht naar mezelf.
Een echte traditie van mezelf wil ik u niet onthouden: op zondagochtend draadjesvlees eten. Mijn moeder maakte op zondagochtend (in mijn gevoel elke zondag, maar dat schijnt niet waar te zijn) draadjesvlees. Soms deed ze dat op het gasfornuis en soms ook op een petroleumstel (want dat smaakte zo lekker). Als kinderen kregen wij dan rond een uur of twaalf draadjesvlees met een augurk. Voor mij is draadjesvlees verbonden aan de zondag en aan mijn moeder. Voor mijn moeder was het ook een traditie die ze van thuis uit heeft meegekregen. Haar moeder maakte ook draadjesvlees op zondag. Ik heb deze traditie overgenomen.
Een traditie is dus cultuur die je van je ouders en grootouders (of van je omgeving hebt overgenomen). Het heeft te maken met hoe je tegen de dingen aan kijkt, normen en waarden, eten en drinken enzovoort. Een traditie is van nú, maar heeft een wortel in het verleden. Over een traditie is altijd een verhaal te vertellen.
Nu stond er in de top 100 van belangrijke tradities ook het dagelijks emails lezen. In de strikte zin van het woord is dat eerder een gewoonte of gebruik dan een traditie. Maar omdat emails lezen zo je leven bepalen, vinden mensen dat gevoelsmatig tot de tradities horen.
Onder die categorie vallen ook de familie- en persoonlijke tradities. Je geeft een gebruik een bepaalde waarde en laat het regelmatig terug komen.
Elk jaar een familiedag organiseren, omdat de ouders niet meer leven en je elkaar toch niet uit het oog wil verliezen. Op zondagsochtend koffie op bed drinken met de krant.
Ook in elk bedrijf, zoals in de bibliotheek, heb je die gebruiken. Samen de week beginnen of eindigen, verjaardag vieren, maar ook omgangsvormen.
Wat is een ritueel?
Een woord dat met traditie te maken heeft is ritueel. Een ritueel is een traditie maar dan met een plechtig karakter. Van een ritueel ben je je veel meer bewust en vaak worden ze gebruikt bij overgangssituaties: de vlag buiten hangen als je geslaagd bent, kaarsjes uitblazen op een verjaardag, beschuit met muisjes eten bij geboorte, ringen omdoen bij huwelijk, ballonnen oplaten op een begrafenis, maar ook handen schudden of drie keer zoenen bij een begroeting. Over al deze dingen is een achtergrondverhaal met een geschiedenis te vertellen.
Soms weet je de betekenis niet meer en dan kunnen er rare dingen gebeuren. Tegenwoordig worden er ook witte ballonnen opgelaten bij een huwelijk. Ik zou dat nooit doen, want ik ben een beetje bijgelovig. Witte ballonnen symboliseren de ziel die uit het lichaam vertrekt en afscheid neemt van het leven op aarde. Dat heeft niets met een huwelijk te maken.
Of rode of witte rozen in een bruidsboeket. Rozen en zeker de rode rozen staan symbool voor de brandende hartstocht. Het heeft niet zozeer met liefde te maken maar met lichamelijke hartstocht. De bloem die bij een huwelijk past is de witte anjer, de bloem van pure eeuwige liefde.
Nog iets uit het huwelijk: de blauwe kouseband. Een hele tijd weg geweest, maar nu weer helemaal terug in de bruidskleding. De kouseband stond voor seksuele trouw en werd door de man uit gedaan in de eerste huwelijksnacht. Nu trekt de bruid hem uit – in bijzijn van de gasten – en gooit hem bijvoorbeeld naar haar vriendinnen, net als haar bruidsboeket. Wie hem opvangt, trouwt ook binnenkort.
Denk er om: gooi hem wel over de rechterschouder. Want de rechterkant is de gelukkige kant van de mens.
De metafoor van het rugzakje
Ik heb nu gehad over volkscultuur, tradities en rituelen. Twee andere woorden die hierbij passen is culturele bagage en identiteit.
Ik kan dat het makkelijkste uitleggen door middel van een metafoor: het rugzakje.
Iedereen heeft een rugzakje met de culturele bagage die hij/zij van thuis uit heeft mee gekregen. Dat zijn gewoonten en gebruiken, tradities en rituelen, maar ook herinneringen en ervaringen. Ik denk ook vaak dat er geuren en smaken inzitten, want geur en smaak is iets wat heel lang in het geheugen blijft hangen.
Dat rugzakje laat je niet dicht. Je doet er dingen in en haalt er dingen uit. Je verandert ook dingen. Je breekt een stuk van een traditie af en zet er een ander hoofd op. Daar ben je je hele leven mee bezig. Zo maak je je eigen unieke rugzakje.
Het rugzakje – je culturele bagage – heeft heel veel te maken met identiteit. Het zegt heel veel over wie je bent. Weet wat in je rugzakje zit en waarom, en je weet een heleboel meer over jezelf.
Daarom is het ook onzin om van mensen die naar Nederland zijn gekomen te verwachten dat ze integreren, in die zin dat ze meteen de Nederlandse gewoonten overnemen. Veel belangrijker is het om ze inzicht te geven van wat er in hun eigen rugzakje zit en ze de tijd te geven daar naar behoefte dingen uit hun moederland uit te halen en er tradities uit Nederland in te stoppen.
Nu het Jaar van de Tradities? Waarom is dat belangrijk?
Wij leven in een snel veranderende tijd. In nog geen halve eeuw is onze samenleving totaal veranderd. Heel veel invloeden van buitenaf, de technologie, en de komst van veel mensen met een andere culturele achtergrond hebben in een korte tijd voor een andere maatschappij gezorgd.
Als de veranderingen heel langzaam gaan en iedereen doet ongeveer hetzelfde, dan zul je je niet afvragen, waarom je doet zoals je doet. Dan denk je niet na over die alledaagse tradities. Maar tegenwoordig doen wij veel dingen waar wij het achtergrond verhaal niet meer van kennen. Denk maar eens aan 1 april, waarom houden wij elkaar dan voor de gek? En dan geldt hierbij: hoe ouder je bent hoe meer kennis.
Je denkt er ook pas bij na als het op je weg komt. Wij hebben bijvoorbeeld heel veel vragen over schaatsen, ijspret en koek en zopie gehad de afgelopen tijd. Was het niet gaan vriezen dan had niemand zich daar vragen over gesteld.
Met andere woorden: wij kennen het verhaal van onze eigen tradities dikwijls niet meer, laat staan het verhaal van de gebruiken in nieuwe culturen.
In het Jaar van de Tradities gaan wij op zoek naar onze eigen tradities (en die in je omgeving) en hun achtergrond verhaal en we gaan dat op veel verschillende manieren vertellen aan elkaar. Hierdoor begrijp je elkaar ook beter en heb je respect en begrip voor de verschillen.
Want het lijkt of tradities overal en altijd hetzelfde zijn, maar niets is minder waar. Tradities zijn dynamisch en veranderen met de tijd mee en het ligt aan je rugzakje wat je van thuis uit het mee gekregen.
Wij zelf willen heel veel informatie toegankelijk maken op de website. Alleen al over de 100 belangrijke tradities kun je een dik boek maken:
- Sinterklaas nummer 1
- De kerstboom nummer 2
- Koninginnedag nummer 3
Maar weet u waar onze drop vandaan komt, of de stamppot? Wat de geschiedenis is van de zoute haring, het broodje Pom en onze nasi en bami? En dan heb ik het alleen nog maar over eten.
Ik hoop dat u ook na gaat denken over uw tradities. Vandaag gaat het over de Friese tradities, maar u hebt ook allemaal familie- en persoonlijke tradities.
En de bibliotheek heeft ook zijn eigen tradities. Ik zou het leuk vinden dat ik die een keer krijg toegestuurd.









