Van 15 tot en met 17 februari organiseren het Fonds voor Cultuurparticipatie en het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed ‘Kansen en mogelijkheden. Internationaal congres over volkscultuur- en immaterieel erfgoedbeleid’. Aanleiding is dat Nederland op korte termijn de UNESCO conventie van immaterieel erfgoed ondertekent. Openingsspreker staatssecretaris Halbe Zijlstra zal de contouren schetsen van het nieuwe Nederlandse immaterieel erfgoedbeleid.
Omdat het congres speciaal bedoeld is voor beleidsmakers en erfgoedinstellingen komen vervolgens vragen aan de orde als: Hoe kunnen gemeenten en provincies daar het best op inspelen? Wat wordt er van hen verwacht? En waar liggen kansen en mogelijkheden?
Op donderdag 16 februari zijn er inspirerende lezingen uit het buitenland, waarin de raakvlakken met cultuurparticipatie, erfgoedbeleid, educatie en toerisme worden verkend. Reeds 130 landen gingen Nederland voor met ratificering van de conventie. Wat kan er van hun ervaringen geleerd worden?
Voor een deel ligt immaterieel erfgoed in het verlengde van een beleidsveld als cultuurparticipatie en volkscultuur, waaraan door de UNESCO conventie veel meer een erfgoedinvulling wordt gegeven maar waarin de participatie een belangrijke rol speelt. Immaterieel erfgoed bestaat alleen als het beoefend wordt door mensen en kan daarom alleen behouden worden als het doorgegeven wordt aan nieuwe generaties.
Immaterieel erfgoed bevindt zich op het snijvlak van erfgoed en cultuur, maar heeft ook alles te maken met city marketing, economie en toerisme. In andere landen gebruiken gemeenten en provincies immaterieel erfgoed om zichzelf mee op de kaart te zetten. Wat is belangrijk immaterieel erfgoed waarmee een provincie of gemeente zich (internationaal) kan profileren? Een eerste verplichting die uit de UNESCO conventie voortvloeit is dat het immaterieel erfgoed in Nederland in kaart wordt gebracht door middel van een nationale inventaris. Erfgoedgemeenschappen kunnen hiervoor voordrachten doen.
Het congres vindt plaats in voormalig klooster Willibrordhaeghe in Deurne. Meer informatie vindt u op www.volkscultuur.nl en aanmelden kan via ncv@live.nl.
| Omschrijving | Grootte | Download | |
| folder congres immaterieel erfgoed 2012 | 341.1 KB | Download > | |
| programma congres immaterieel erfgoed 2012 | 708.6 KB | Download > | |
| toelichting programma congres immaterieel erfgoed 2012 | 252.7 KB | Download > |
Op zaterdag 26 november vindt in het Spoorwegmuseum in Utrecht een bijeenkomst over immaterieel erfgoed plaats. De dag is bedoeld voor organisaties die overwegen het eigen immaterieel erfgoed voor te dragen voor de UNESCO lijst van het immaterieel erfgoed en voor mensen die in ruime zin betrokken zijn bij immaterieel erfgoed. De dag begint om 10.15 uur en duurt tot ongeveer 15.30 uur.
Er komt heel wat kijken bij een voordracht voor de UNESCO lijst. De bijeenkomst geeft niet alleen voorlichting over wat je alvast kunt doen ter voorbereiding, maar is ook bedoeld om te leren van elkaars ervaringen.
In het ochtendprogramma zijn er drie lezingen, allereerst van Ineke Strouken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed die de stand van zaken schetst en ingaat op het plan van aanpak dat momenteel ontwikkeld wordt. Gepke van der Velde geeft uitleg over twee regelingen van het Fonds voor Cultuurparticipatie, die ook voor de immaterieel erfgoedgemeenschappen van belang zijn: de plusregeling en de regeling voor vrijwilligersorganisaties. Immaterieel erfgoed wordt namelijk vaak gedragen door vrijwilligersorganisaties die financiële ondersteuning soms goed kunnen gebruiken voor specifieke projecten. Verder is er een presentatie van merkadviseur Hendrik Beerda over hoe organisaties hun immaterieel erfgoed het beste als merk kunnen neerzetten. Hoe kunnen gemeenschappen gebruik maken van de actuele aandacht voor immaterieel erfgoed om hun traditie te promoten? In het middagprogramma worden enkele praktijkvoorbeelden behandeld: over het maken van een beschermingsplan en een reddingsplan, over het in kaart brengen van de traditie en over het aanspreken van nieuwe doelgroepen.
De kosten voor deze dag zijn 30 euro inclusief koffie, thee, lunch en borrel. Aanmelden kan via volkscultuur@live.nl.
De keuze voor de Prof. Van Winterprijs, voor het beste boek op het terrein van de lokale en regionale geschiedenis voor de periode 2009-2010, is dit keer gevallen op het boek van Pieter Caljé, Student, universiteit en samenleving. De Groningse universiteit in de negentiende eeuw. Het boek verscheen in 2009 bij Uitgeverij Verloren in Hilversum.
De feestelijke uitreiking van de Prof. Van Winterprijs zal plaats vinden in de Senaatskamer van het Academiegebouw van de Rijksuniversiteit Groningen op donderdag 3 november van 15.00 uur en 17.00 uur. Na afloop is er een kleine receptie. De uitreiking wordt georganiseerd in samenwerking met het Centrum voor Universiteits- en Wetenschapsgeschiedenis in Groningen.
De feestelijke uitreiking wordt opgeluisterd met een inhoudelijk programma, met lezingen van Prof.dr. Klaas van Berkel, die het proefschrift van Pieter Caljé zal plaatsen in het bredere perspectief van de universiteitsgeschiedenis, en Pieter Caljé zelf, die zal vertellen hoe hij bij zijn onderzoek naar de geschiedenis van de Universiteit van Groningen is uitgekomen bij de lokale en regionale geschiedenis. Verder is er een korte voordacht van Prof.dr. Johanna Maria van Winter.
De jury van de Prof. Van Winterprijs bestond dit keer uit de volgende personen: prof.dr. Maarten Duijvendak, prof.dr. Hans Mol, prof.dr. Peter Nissen, prof.dr. Marlou Schrover en dr. Jos Wassink. Het prijsbedrag van € 3500 euro wordt ter beschikking gesteld door het Prof. Van Winterfonds.
Iedereen is van harte welkom om de uitreiking bij te wonen, maar dient zich wel vanwege de beschikbare zaalruimte van te voren aan te melden via het e-mail adres volkscultuur@live.nl van de organisator van de prijs, het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed in Utrecht.
In zijn beleidsbrief van vrijdag 10 juni 2011 Meer dan kwaliteit ontvouwt staatssecretaris Halbe Zijlstra een nieuwe visie op het cultuurbeleid. In de publiciteit eromheen ligt het accent vooral op de ingrijpende bezuinigingen die de kunst- en cultuursector te verwerken krijgt. Eén aspect blijft in de berichtgeving tot nu toe onderbelicht: de plannen van de regering met betrekking tot volkscultuur en immaterieel erfgoed. Het is niet het minst belangrijke punt. Immaterieel erfgoedbeleid wordt namelijk een nieuw en belangrijk speerpunt van het cultuur- en erfgoedbeleid van de Nederlandse overheid.
UNESCO Conventie Immaterieel Erfgoed
Het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed (VIE) bepleit al enige jaren dat ook Nederland de UNESCO Conventie Immaterieel Erfgoed gaat ratificeren. Immaterieel erfgoed is niet alleen belangrijk voor de culturele identiteit van mensen. Het biedt ook goede mogelijkheden voor cultuurparticipatie en voor economische ontwikkeling. Met immaterieel erfgoed kan Nederland zichzelf op de kaart zetten. Andere landen hebben al voorbeelden van immaterieel erfgoed voorgedragen voor de internationale lijst, zoals Frankrijk de Franse keuken en Spanje de flamenco. De UNESCO conventie is al door meer dan 130 landen geratificeerd. Het wordt tijd dat ook het Nederlands-Vlaamse Sinterklaasfeest erkenning krijgt. In de beleidsbrief Meer dan kwaliteit bevestigt de staatssecretaris dat Nederland van plan is de UNESCO conventie te ratificeren. Zijlstra zegt dat het zijn voornemen is om eind 2011 de goedkeuringswet aan de Tweede Kamer voor te leggen.
Topinstituut voor volkscultuur en immaterieel erfgoed
Er staat echter nog meer nieuws in de beleidsbrief en dat is dat de staatsecretaris een beslissing heeft genomen over hoe hij de ondersteuningsstructuur voor het immaterieel erfgoed wil inrichten. Hij schrijft aan de Tweede Kamer dat hij een topinstituut voor volkscultuur en immaterieel erfgoed wil opzetten, waarin het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed en het Nederlands Openluchtmuseum samengaan. Het is een opmerkelijke krachtenbundeling van twee volkscultuurinstellingen die in het verleden hun sporen hebben verdiend op het terrein van de cultuur van het dagelijks leven. NOM en VIE gaan nu op korte termijn plannen ontwikkelen over hoe zij samen dit nieuwe topinstituut willen gaan vormgeven. Het plan moet vóór 1 februari gereed zijn, zodat NOM en VIE vanaf 1 januari 2013 samen verder kunnen gaan.
Goed fundament voor volkscultuur en immaterieel erfgoed
De directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, Ineke Strouken, zegt erg blij te zijn met dit plan: 'Het maakt het ons mogelijk om een goed fundament voor volkscultuur- en immaterieel erfgoed te leggen.'
Wat kunnen we precies verwachten van dit nieuwe topinstituut?
Strouken: 'Duidelijk is dat het nieuwe topinstituut meer moet zijn dan alleen een museum. Het nieuwe instituut krijgt een belangrijke rol in het overheidsbeleid rondom immaterieel erfgoed: in de advisering van overheden, maar ook in het klaarstomen van plaatselijke erfgoeddragers die hun immaterieel erfgoed willen voordragen voor de Nederlandse inventaris van het immaterieel erfgoed. Van deze plaatselijke vrijwilligersorganisaties wordt verwacht dat zij een safeguardingsplan gaan opstellen, gericht op de toekomst en het doorgeven aan volgende generaties, zodat hun immaterieel erfgoed ook in de toekomst levensvatbaar blijft. Dit betekent ook steeds weer nadenken over de hedendaagse betekenis van dit immaterieel erfgoed. Inmiddels begeleiden wij een zestigtal organisaties die ambities hebben om erkend te worden als belangrijk immaterieel erfgoed. Wij zijn erg blij dat de conventie op korte termijn geratificeerd wordt.'